zoute wolven laten sporen achter

tussen dunne sparren, sneeuw

krimpt ineen onder de druk van

zorgvuldig geplaatste poten

 

laarzen markeren de afgelegde meters

een jas sleept over de grond

die ze zelf op een ochtend schiep

door niet af te wachten

 

de roedel volgt als tamme honden

wie gelooft nog in de maan,

ze janken niet, eten het vlees van reeën

die een schuilplaats zochten in haar jas

 

vlokken vallen van het dak waaronder ze schuilt

haar vizier onscherp, ze trekt haar capuchon op

het pad krult zich op onder een deken

van verkruimeld brood

© 2020 Jente Jong